Koningslied

‘Een draak.’ ‘IEDEREEN vindt het kut.’ lees je op Twitter. Het volk vindt het Koningslied niks. Ik moet zeggen: ik vind het ook niks, maar ik had er ook niks van verwacht. Dus in die zin stelt het Koningslied me teleur noch tevreden.

Gezien de ondoorbroken stroom Twitter- en Facebookgrappen krijg ik wel de indruk dat het Social Mediavolk duidelijk in zijn nopjes is met haar nieuwe draak, haar kersverse kutlied.

Waarom is het Koningslied een doodgeboren kind, veilig maar morsdood?

Het doodgeboren kind is verwekt met verrot zaad. Componist Ewbank en producent Tjeerd Oosterhuis hebben op voorhand de verkeerde keuzes gemaakt. De grootste verkeerde keuze is dat er niet gekozen is. Dat blijkt al uit de hoeveelheid zangers. Er zingen zoveel verschillende kweelmeesters – hoeveel precies? veertig? vijftig? – waardoor je niet meer weet naar wie je luistert.

Het is als met stront. Als je de hele straat in dezelfde beerput laat schijten, zie je in de brij de kracht, de eenvoud en de unieke klasse van een dampende staaf met stukjes niet meer. Had een hard keuteltje opgenomen of een plakkerige vla, dan konden we tenminste iets proeven.

Qui sont-ils qui chantent?

De mannen zingen allemaal ongeveer als Marco Borsato, de vrouwen als Trijntje Oosterhuis of Ruth Jacott (die ik altijd door elkaar haal). Wel hoor ik duidelijk Ali B. en Lange Frans, die allebei niet echt lekker flowen – dat deden ze toch al nooit.

Deze week hoorde ik Borsato op de radio. ‘We zijn met iets majestueus bezig. Het is echt…ehh…epische…ehhh…koninklijk. Die allure heeft die song. De optelsom van al die talenten bij elkaar is mooi hoor. […] Een aaneenschakeling van mooie momenten.’[1]

Ik hoor geen optelsom maar een gedeeld door, een vermorzeling van mooie momenten. Een matig nummer in veertig stukjes hakken, dan hou je weinig over.

Laten we naar de opzet kijken.

Het Koningslied begint met een bandoneon. De luisteraar is gewaarschuwd: dit wordt een Maximale tranentrekker. Dat gevoel wordt nog eens versterkt door aanzwellende strijkers die de luisteraar opnieuw een niet mis te verstaan signaal geven:

enter Borsato.

Een overherkenbaar stukje Borsatoballad volgt. Dit borsatoot rustig door tot aan het refrein. Inmiddels zijn er wat stemmen bijgekomen. Mannen en vrouwen, je moet ze toch allemaal wat te doen geven. Maar wie en waarom? Geen idee.

Gelukkig duurt het niet lang.

Dan komt het veelbesproken refrein. Een sterke melodie, hymnisch, volksliedachtig. Zoals we inmiddels weten is dit refrein bijna letterlijk gejat uit ‘10 000 Reasons’ van gospelzanger Matt Redman. Het nummer won twee Grammy Awards, dus refreintechnisch heeft Ewbank een goede keuze gemaakt. Jammer dat hij er niet voor koos om zijn schatplichtigheid aan Redman te erkennen. Gaat dit nog een rechtzaak worden? Of is Redman inmiddels afgekocht?

Ineens is daar die rap. Natuurlijk, nederrap, dat moet er ook nog in. Lelijk. Past ook totaal niet bij de rest van de song, nou ja song, aaneenschakeling van bandoneon, Borsatoballad en gejat gospelrefrein. Ten slotte worden deze elementen wat herhaald om te eindigen met een soort Champions League-achtige overwinningssound. Voor het stadiongevoel, moet Ewbank gedacht hebben.

De tekst is nog erbarmelijker dan de muziek. Allereerst het onderwerp, de inhoud. Er wordt een bak zogenaamd vaderlandslievende clichés over ons uitgestort: stamppot, de W van Willem en water (hoe verzin je het?), dijken, vrijheid van geloofsovertuiging, schouders naast elkaar en van je tra la la.

Het lijkt alsof Ewbank getracht heeft het optimistische sentiment van ‘15 miljoen mensen’ in te passen in zijn eigen lied. (‘Miljoenen coaches die het beter weten.’) Helaas komt Ewbanks pastiche niet in de buurt bij de oorspronkelijkheid en de treffendheid van Fluitsma & Van Tijns jaren negentig klassieker.

Het achterliggende ‘idee’ van de tekst is mij ten slotte niet duidelijk. ‘Ik hou je veilig/zo lang als ik leef’. De ‘ik’ houdt de koning veilig? Wie is die ‘ik’ dan? Maxima? Het volk? De luisteraar? Waarom moet de koning veilig gehouden worden? Hij is toch geen klein kind? Poprecensent Robert van Gijssel (de Volkskrant) sprak treffend van een scène uit een Disneyfilm waarin de vader voor het eerst zijn zoon ontmoet.

Het ‘hou je veilig’ heeft weinig met onze koning te maken. Of bedoelt Ewbank dat Willem niet zomaar met een biertje in de hand off-piste moet gaan?

Dan de vorm van de tekst. Taal die de grammatica ontstijgt kan poëtische vuurkracht hebben. Hier is het enkel kromme taal. ‘De dag die je wist’ ; ‘Leeuwen die strijden’; ‘hou je veilig’. O, lelijke, beeldarme taal.

Kortom, het Koningslied is een schaamteloos allegaartje, van alles niks.

Had Eefje de Visser op fluistertoon een gedicht van Ramsey Nasr laten zingen.

Had Maarten van Rozendaal op zijn ziekbed een tekst van Arnon Grunberg laten stamelen.

Had mij gevraagd. Dan had ik ook eens een hit. En zat ik nu niet dit zure stuk te tikken maar op Ibiza mijn ballen te oliën met koninklijke kokoszalf.

Allemaal te laat. De koning en het volk hebben gekregen waar zij recht op menen te hebben: veilige shit.



[1] (Uitgesproken als ‘momenton’.)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *