Afwijkend

Onlangs vertelde een gitaarleerling dat hij ontslagen was bij Albert Heijn. ‘We hadden onszelf opgesloten in de personeelskantine en toen keihard hardstyle gedraaid in de winkel.’

Hardstyle is volgens mij een uptempo housevariant met harde beats, verwant aan wat wij in de nineties hardcore noemden.

Ik zag het helemaal voor me. Zo’n Gooische vrouw, witte broek, zwarte Uggs, grote paarse ski-jas en een Dolce & Gabbana zonnebril in ’t geblondeerde haar, die ineens een migraine opwekkende beat uit de krakende supermarktspeakers hoort dreunen. Van schrik slikt ze haar nicotinekauwgummetje in en laat ze een fles wijn op de plavuizen kaduuk vallen.

‘Kak!’ zegt deze vrouw, taalmodebewust.

Ik vroeg mijn leerling of hij zijn ontslag betreurde.

‘Nee, ik had toch al een ander baantje,’ glunderde hij, nog steeds nagenietend, trots op zijn verzetsdaad. En terecht.

Hardstyle is kennelijk geen muziekgenre dat past in de muziekmarketing van Albert Heijn die normaliter softe en majeure achtergrondmuziek draait; de mainstream van vroeger (Rod Stewart), gisteren (Ilse de Lange) en vandaag (Carly Rae Jepsen, die miep van megahit Call Me Maybe).

Gisteren las ik in de Volkskrant dat Utrechtse onderzoekers concluderen dat muziek een goede graadmeter is voor puberaal wangedrag. Kinderen die naar onconventionele muziek zoals deathmetal of harde house luisteren, hebben een grotere kans om later betrokken te raken bij winkeldiefstallen of vechtpartijen dan beginnende pubers bij wie de hele dag Radio 538 aan staat. Popprofessor Tom ter Bogt en onderzoekster Loes Keijsers hebben hiervoor ruim driehonderd tieners vier jaar gevolgd.

Al jaren leer ik kinderen niet alleen de nieuwste mainstream popliedjes, maar probeer ik ze ook kennis te laten maken met opruiende beatmuziek. Wie lekker en veelzijdig wil eten, zal eerst moeten leren proeven.

Dus als de kids een klein beetje kunnen spelen, leer ik ze ook de riffs van Killing In The Name Of van Rage Against The Machine, een aardig voorbeeld van wat de Utrechtse onderzoekers als deviant, ‘afwijkend’ zouden beschouwen. In dit opzwepende hardrocknummer wordt het steeds terugkerende FUCK YOU I WON’T DO WHAT YOU TELL ME passend afgesloten met een kort, krachtig MOTHERFUCKER.

Vooral de (pre)puberale jongens gaan er helemaal in op, van buiten ogenschijnlijk onaangedaan maar van binnen kolkend, de muziek en de gitaar fungerend als uitlaatkleppen voor hun puberfrustraties en verlangens.

Heb ik tijdens die lessen nietsvermoedend mijn best gedaan om in die brave Gooische boys de vandalen wakker te schreeuwen? Neen. Hoewel Ter Bogt en Keijsers significante correlatie aantonen tussen een vroege afwijkende muzieksmaak (het gaat hierbij om ‘energetic, noisy, rebellious music‘) en later licht crimineel gedrag, stellen zij dat de assumptie van een causaal verband overdreven is. Vroege muzieksmaak is slechts een indicator voor later wangedrag.

In de handen van pedagogen kan dit in wetenschappelijke zin interessante onderzoek haast alleen maar tot misverstanden leiden. Ouders of leraren worden overbezorgd en leggen het kind wellicht zinloze en contraproductieve restricties op zodra ze gegrunt uit de kinderkamer horen. Zij het onbedoeld, wordt via het Utrechtse onderzoek het au fond onschuldige afwijkende, negatief geconnoteerd. Dit terwijl het afwijken van de mainstream juist cruciaal kan zijn voor het vormen van een eigen (sociale) identiteit en een eigen stem; zaken waar onze massacultuur dringend behoefte aan heeft.

 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *