Seks met een inbreker

Rond middernacht sta ik voor mijn eigen voordeur. Ik rommel langer met het slot dan gewoonlijk. Binnen is het aardedonker, mijn vriendin slaapt al. Als ik aangeschoten ben, ga ik doorgaans meteen naar bed. Dit keer loop ik naar de woonkamer om verder te lezen in The Mahasiddha and His Idiot Servant.

Als ik de leeslamp aanknip hoor ik gestommel in de keuken. Iemand stootte zojuist tegen het wasrek.

De meeste inbraken in Amsterdam gaan via het balkon. Dat had ik gelezen in Stadsdeel West, zo’n kattenbakkrantje.

Onze balkondeur zit in de keuken.

Het zal toch niet? denk ik, er bijna zeker van dat er echt iemand in de keuken is. Ik heb flink wat kabouterbier op en voel me manhaftig genoeg om te gaan kijken. Bovendien weet ik me moreel gesterkt door onze staatssecretaris van Justitie, Fred Teeven. Hij had onlangs nog gezegd dat de inbreker niet moet zeuren als hij tijdens zijn nachtdienst wordt doodgemept. Risico van het inbrekersvak. Ik hoef alleen maar te zorgen dat mijn eventuele geweld niet buitenproportioneel wordt. Maar hoe je dat? En als de inbreker nou gewapend is? Ik vind het maar niks, dat recht op zelfbescherming. Als zzp’er kan en doe ik veel zelf, maar boeven vangen besteed ik liever uit aan de overheid.

Om geen tijd te verliezen en niet met lege handen aan te komen, pak ik het eerste wat ik zie. Tegen de bank staat de vioolkoffer van mijn vriendin. Hoewel er een fragile-sticker op is geplakt, weet ik dat de koffer keihard is. Topcarbon, gemaakt om over de hele wereld te vliegen.

Met de vioolkoffer onder mijn rechterarm stiefel ik naar de keuken.

In het donker zie ik een silhouet met lang haar en een masker op. Een voorwerp in de hand. Zo te zien ons eierpannetje. Wat doet een inbreker met ons eierpannetje?

Wat moet dat daar? bas ik, de vioolkoffer als een geweer richting het silhouet gericht.

Ineens ruik ik een bekende lucht.

Een ruft.

Een bekend ruftje.

‘Schat! Ik ben het!’ roep ik en doe het licht aan.

Mijn vriendin schuift haar slaapmasker omhoog. Ze knijpt met haar ogen.

‘Wilde je de inbreker geblinddoekt met het eierpannetje te lijf?’ vraag ik.

‘Nee, jij dan, met míjn vioolkoffer.’

Even later spelen we agentje en inbrekertje op ons opbollende Ikea-laminaat en bedrijven we buitenproportioneel de liefde. Risico van het vak.

 

(Deze column heb ik op 27-09-12 geschreven voor Metro lezerscolumn. U kunt hier uw stem op deze lezerscolumn uitbrengen. Uw stem wordt beloond met dankbaarheid.)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *