Geplaagde Land

Yafo-Tel Aviv, 3 augustus 2012

Beste John Coetzee,

Met dankbaar genoegen heb ik jouw briefwisseling met Paul Auster, Een manier van vriendschap, gelezen. Jouw brief van 6 juli 2009 las ik vlak na mijn aankomst in Israël. Toevallig had ik net in het vliegtuig nagedacht over exact hetzelfde onderwerp dat je in deze brief aansneed: eerste indrukken. Aangezien deze brief over eerste indrukken Paul Auster nooit heeft bereikt, aldus de uitgever in een voetnoot, en je destijds dan ook geen reactie van hem hebt mogen ontvangen, zal ik je antwoorden.

Je schreef dat je nadacht over de vraag wat je als eerste indrukken zou willen laten gelden. Je vroeg je in het bijzonder af of je, tijdens een bezoek aan de Verenigde Staten, jouw vervelende encounter met de douaneautoriteit – de Homeland Security had je behandeld als een potentiële terrorist dan wel een ongewenste politieke of economische vluchteling – een rol zou moeten laten spelen in het vormen van gedachten over eerste indrukken.

Ik snap je.

Toen ik op de luchthaven Schiphol werd geconfronteerd met een reeks veiligheidsmaatregelen – een bataljon soldaten van de Marechaussee dat met gigantische geweren de rij met passagiers voor Tel Aviv afschermde van de ‘gewone’ passagiers; standaardvragen over mijn contacten in het Midden-Oosten; een bodyscan; Senseo-achtige padjes op een afwasborstel waar een Israëlische beveiligingsbeambte (met zonnebril in zijn haar) mijn schoenen mee poetste, op zoek naar explosieve dan wel giftige ionen (IONSCAN, vermeldde het apparaat waar de padjes ingingen) – vroeg ik me ook af welke rol deze veiligheidsmaatregelen zouden gaan spelen in het vormen van mijn eerste indrukken van mijn reis naar Israël (dat ik overigens twee keer eerder heb bezocht).

Behoorden deze veiligheidsmaatregelen een specifiek land toe, of gaven zij meer in het algemeen indrukken van de plaats en tijd waarin we leven, het Vrije Westen op aarde, het jaar 2012?

Je schreef Auster dat de kwestie van eerste indrukken je voor een raadsel stelde. Als ik het goed samenvat heb je enerzijds weinig op met eerste indrukken, omdat ze volgens jou moeilijk te generaliseren zijn. Voor jou zijn het willekeurige, inwisselbare tekens die zich niet laten generaliseren tot een betekenis. Je eindigde je brief dan ook met de constatering dat je je eerste indrukken daarom allerminst vertrouwt. Anderzijds beschreef je toch één Indruk die al die andere indrukken van jouw bezoek aan de V.S. de baas bleef. Telkens keerde in jouw herinnering het beeld terug van een jongeman in non-descripte kleren die nonchalant op een aftandse oude fiets rijdt, de verkeerde kant op, tegen het verkeer in, in een straat in Manhattan.

Vertwijfeld vroeg je je af: ‘wat betekent het, dit ene, overheersende beeld?’

Ik ben het met je eens dat eerste indrukken concurreren met andere eerste indrukken. Uiteindelijk ervoer ik de veiligheidsmaatregelen op Schiphol als tamelijk algemeen, niet specifiek en persoonlijk genoeg voor een Eerste Indruk, die ene indruk die de andere indrukken verdringt. Pas toen het uitgestoken onderstel van Boeing 777 over het asfalt van het Heilige Land (door jou en Auster treffend aangeduid met het Geplaagde Land) rolde, resulteerden drie indrukken in die ene Eerste Indruk.

1. Na het vertrouwde trillen van de kist, het teken dat we de vlucht hadden overleefd, werd er geapplaudisseerd. Een modern ritueel dat zich vaker voltrekt, met name na intercontinentale vluchten. Ik klap nooit mee. Geen idee waarom. In ieder geval niet omdat ik weet dat er ook ongelukken gebeuren met zojuist gelandde, taxiënde vliegtuigen. Misschien omdat ik dat geklap gewoon stom vind, de puber in mij nog leeft en er af en toe nog een vette puist op mijn neus groeit.

2. Terwijl het applaus verstomde, klonk er muziek uit de speakers. Vrolijke, ja bijna euforische volksmuziek die tegelijktertijd iets melancholisch in zich draagt. Tragische volksmuziek in de betekenis die Albert Camus aan het tragische gaf: ambigu, twee kanten van één medaille. Volksmuziek waarop de dronken Dionysos vol levenslust zijn voeten kapot danst, omdat hij weet dat hij snel zal sterven. De meeste vliegtuigpassagiers, Israëli’s die terug leken te komen van een vakantie Europa, een stedentripje Amsterdam, klapten met de muziek mee, op de eerste en derde tel van de maat. Alsof er een feestje gaande was, de wijn elk moment uit kleine spranklers aan het plafond zou sproeien en de passagiers zouden blijven drinken en klappen tot zonsopgang.

3. Maar de muziek werd gestopt. Vervolgens hoorden we een vriendelijke vrouwenstem, eerst in het Hebreeuws, daarna in het Nederlands. ‘In de naam van El Al, wenst de kapitein en zijn bemanning U een…’ Op hetzelfde moment schoten mijn reisgenoot E. en ik in dezelfde lach. ‘Slecht vertaald,’ luidde onze conclusie. Een captain is geen kapitein maar een gezagvoerder en ‘in de naam van El Al’ had geklonken alsof de Israëlische luchtvaartmaatschappij de Onuitspreekbare naar de kroon probeerde te steken.

Na deze drie indrukken – levendig applaus, tragische volksmuziek, een verkeerd vertaalde, vermakelijke welkomstboodschap –, bekroond met een lach, kreeg ik die ene Eerste Indruk. Een kortstondig moment waarop ik niet waarnam of (na)dacht en er alleen nog maar een directe, woordeloze ervaring was.

[…]

Kippenvel op mijn hart

Een geschenk zonder gever

Alleen en met Alles verbonden

Is een dergelijke Eerste Indruk niet het enige wat we werkelijk kunnen vertrouwen? Juist omdat zij ongeneraliseerbaar is, drieledig noch drievuldig, werkelijk als ervaring maar in fundamentele zin ondefinieerbaar, is zij toch absoluut, absoluut te vertrouwen? Is dat niet de enige betekenis die we aan de Eerste Indruk kunnen toeschrijven, dat zij fundamenteel zonder betekenis is en we, door dat ten volste te beseffen, haar alleen daarom kunnen vertrouwen, maar dan wel in absolute zin?

Ik vertrouw haar Volkomen, mijn ene Eerste Indruk.

Alle goeds,

Albert Verbeek

P.S.

Ik stuur deze brief naar de digitale postbus van je Nederlandse uitgever. De kans op een antwoord acht ik bijzonder klein. Hoewel ik elk antwoord dankbaar zal ontvangen is het idee dat deze brief gelezen wordt voor mij al een tot dankbaarheid stemmend geschenk.

Als je een fles, met daarin een briefje met daarop een mobiel telefoonnummer, van een schip in zee gooit, spoelt deze dan altijd ergens aan? Of is er een kans dat de fles eeuwig alleen en ongeopend ronddobbert over de wereldzeeën? Ken je dichters of schrijvers die over dit thema hebben geschreven?

P.P.S.

Ik denk nog na over de vraag hoe die ene Eerste Indruk die ik hierboven beschrijf zich verhoudt tot het esthetische.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *