Beste Hero Brinkman

Gefeliciteerd! Niet langer hoeft u de waanideeën van de Grote Leider te volgen. Anderzijds zal het voor u als populist – voor u een eretitel, iets waar u trots op bent – niet meevallen om zelf iets zinnigs te bedenken. U luistert liever naar de stem van het volk.

Daarom zou ik u willen vragen naar mij te luisteren. Ik heb een idee waarmee u kiezers bij Geert Wilders kunt weglokken.

Tijdens uw persconferentie in Nieuwspoort stelde u dat u niet langer kon accepteren dat de PVV bepaalde bevolkingsgroepen wegzet. Welnu, afgelopen zaterdagavond voelde ik mij weggezet. Weggezet als bespeler van een elektrisch instrument.

Hoor mij aan, voor wat er is voorgevallen.

Ik mocht spelen in het Blauwe Theehuis in het Vondelpark op een bruiloft van een kennis. Er was afgesproken dat ik de gasten muzikaal zou begeleiden tijdens hun eerste schreden in de blauwverlichte theetuin. Ik was het welkomstgeschenk, het openingsnummer.

Om zeven uur kwam ik aan met mijn mooiste gitaar en een kleine handversterker die werkt op batterijen. Ik werd verwelkomd door een vriendelijke jongedame die net met een stuk krijt ‘Welkom’ op een bord waarop normaliter de dagsoep wordt aangekondigd had geschreven. Ze droeg een gele fladderjurk met daarop een bordeauxrood lamswollen vest, lente maar best nog wel fris.

‘Hoi! Jij bent de accordeonist!’

Ik keek demonstratief naar mijn gitaarkoffer en voelde hoe haar blik die van mij volgde.

‘Dit is een gitaar. Ik ben de gitarist,’ zei ik.

‘Oh. Hebben ze die besteld dan? Ik dacht dat ze een accordeonist hadden besteld.’

Zou ik per ongeluk verkeerd besteld zijn? Zou ik straks als een verkeerd bestelde pizza worden teruggestuurd?

Ik legde uit dat de bruid mij pas vorige week had gebeld, ik was een soort nagekomen bestelling. Ze geloofde me, althans, ze gaf me het voordeel van de twijfel.

Onder de overkapping van het theehuis zette ik mijn gitaar neer en bevrijdde ik mijn versterkertje uit zijn vuilniszak, ik was op de fiets.

‘Sorry, maar dat kan echt niet,’ zei de jongedame die mij kennelijk nauwlettend had gevolgd, alsof ze het nog steeds niet helemaal vertrouwde.

‘Het is hier absoluut verboden om versterkt te spelen. We hebben veel problemen met de politie over geluidsoverlast gehad.’

‘Maar hij kan echt heel zacht. Hij is zachter dan een accordeon en maar ietsje pietsje harder dan een akoestische gitaar.’

Ineens stonden er twee andere personeelsleden naast haar. Een klein meisje en een Noord-Afrikaan. Versterking.

‘Je kan alleen zonder versterker spelen. Wat is je probleem? Je hebt toch een gitaar?’ zei de Noord-Afrikaan.

Ik antwoordde dat de gitaar in kwestie een semi-akoestische Gretsch betrof, die is zonder versterker nauwelijks te horen. Bovendien had ik een act met mijn Boss loop station voorbereid, ik zou verschillende gitaarpartijen over elkaar heen opnemen en dan afspelen; soundscapes maken, de one-man-band uithangen.

Mijn truc dreigde in het water te vallen. Woede vulde mijn lichaam.

‘Ik weet zeker dat ik niet harder ga dan het cumulatieve gepraat van de gasten, weet zeker dat ik zachter ga dan de muziek die van binnen komt. Ik ben zachter dan wat je nu hoort.’

Er klonk namelijk al een dj die alvast lekker aan het ‘indraaien’ was. We moesten bijna schreeuwen om elkaar te verstaan.

‘Je mag wel binnen spelen, maar dat kan alleen als je ‘m aansluit op onze limiter,’ zei de Noord-Afrikaan.

Ik werd moedeloos, meneer Brinkman. Woedend en moedeloos om dit slaafse volgen van uit de klauwen gelopen regelzucht.

‘Dus als ik buiten een kolerekabaal ga maken op een accordeon of een tuba mag dat wel, maar als ik zachtjes mijn Gretsch in een versterkertje prik mag dat niet? Het gaat dus niet om een objectief meetbaar gegeven, het aantal decibel, maar om de uiterlijke verschijning, met of zonder snoer?’

‘Hij snapt het,’ zei de Noord-Afrikaan.

‘Dat zijn de regels, daar houden wij ons aan en jij dus ook,’ aldus het meisje.

‘Het spijt me,’ zei de jongedame quasi-verontschuldigend, alsof ze het meende.

‘Dat is discriminatie, dat is wegzetten,’ besloot ik het gesprek dat nu lang genoeg had geduurd. Als de wiedeweerga ging ik mijn akoestische Guild halen. Uiteindelijk paste ik me aan en speelde ik als een soort troubadour tussen de gasten, onversterkt. Langzaam maar zeker werd mijn muziek overstemd door het gepraat. Om tien uur gaf de dj mij de genadeklap.

‘Precies wat we zochten,’ zo luidde het oordeel van de bruidegom toen ik afrekende.

Waarom vertel ik u dit meneer Brinkman? Deze week stond in de krant dat op initiatief van de PVV, Limburgse fanfareorkesten 5 miljoen euro subsidie krijgen van de provincie. Daar hoeft u nu ook niet langer aan mee te werken. U hoeft de elektrieke instrumenten niet langer weg te zetten als hopeloos vernieuwend.

Ik hoop dat u als politicus zonder partij een motie wilt indienen die stelt dat alle instrumenten binnen de openbare ruimte gelijk moeten worden behandeld. Fanfare of soundscapes op elektrische gitaar, het aantal decibel en niet de persoonlijke muzikale overtuiging bepaalt de norm.

Wat levert dat u op?

Volendam zal aan uw voeten liggen, geen palingsound zonder elektrieken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *