Consumptieartikel

‘144 kan meeste meldingen afdoen met ‘goed gesprek’’, luidde een kop in de Volkskrant van vandaag. De meeste belletjes, zo’n 440 per dag, leiden dus niet tot het in actie komen van de veelbesproken 125 animal cops. Is een goed gesprek genoeg om dierenleed te verzachten?

Toevallig belde ik tijdens de jaarwisseling – het was een uur of één, we hadden net ons leven gewaagd door met ons aangeschoten hoofd op het dak (x-hoog) vuurwerk te gaan kijken – het alarmnummer. Niet om te pesten, ik had geen grap voor handen, maar gewoon uit nieuwsgierigheid.

Er werd opgenomen. Een vrouwenstem.

‘Ja, hallo, u spreekt met Albert Verbeek. Ehhh….’

Wat ging ik ook al weer zeggen? Was het wel slim mijn echte naam te gebruiken?

Ik keek naar de eettafel, in een wit schaaltje lagen wat olijven rustig in hun eigen olie te weken, gezellig tussen wat teentjes knoflook. Daarnaast lag een slordig leeggegeten blikje sardientjes.

‘Tjsa, kijk, ik zit hier met een sardine. En nou vraag ik me af of…’ Ik wachtte tot ik onderbroken zou worden.

‘Is de sardine overleden meneer?’

‘Eens even kijken,’ zei ik.

Ik wachtte twee seconden. Mijn hart bonsde in mijn keel, ik voelde me een kind dat iets doet wat niet mag.

‘Zeker weten,’ antwoordde ik. ‘Het zijn er eigenlijk een stuk of wat. Ze liggen compleet opengereten in een blikje. Ze zijn niet van mij, ik sta hier op een feest in Oost. Ik denk ik meld het even.’

‘Als ik u niet verkeerd begrijp, heeft u het over een consumptieartikel,’ reageerde de vrouw opgetogen, blij mij van dienst te kunnen zijn.

(Even voor de goede orde: ik verzin dit niet.)

‘Oh. Ja. In zekere zin is dat natuurlijk zo ja,’ stamelde ik, verbaasd dat ze niet allang de verbinding had verbroken.

‘Het spijt me. Onze alarmcentrale is niet bedoeld voor consumptieartikelen. Ik wens u een goede nacht verder.’

‘Ja, u ook. En een gelukkig nieuwjaar.’

Het is maar wat je een goed gesprek noemt.

Uit de krant bleek ook dat het niveau van de gemiddeld gevoerde 144-conversatie niet zo bijzonder hoog was. De gespreksstof bestond voornamelijk uit paarden die in een drassige wei staan en honden die een groot deel van de dag in de tuin moeten doorbrengen, aldus de Volkskrant.

Hoewel ik niet op voorhand cynisch wil zijn – het is nog te vroeg om te constateren of de dierenalarmlijn al dan niet succesvol is – vraag ik me toch af in welke mate dieren iets hebben aan dit soort geleuter.

Gelukkig zit er wel een zekere logica in de ‘nieuwe aanpak’ van het kabinet Rutte. Omdat de burger weer eigenhandig de inbreker mag molesteren, heeft de politie nu tijd over voor echt belangrijk werk. Laat die 125 animal cops maar in het wilde weg paardenpiemels en poezenkutjes gaan likken, dan weten we zeker dat al die arme inbrekers niet voor niets lijden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *