Eerlijk

Twee dagen per week geef ik gitaarlessen. Deze week kwam ik er opnieuw achter hoe beschamend eerlijk kinderen zijn in het bijzijn van volwassenen.

Joep*, 9 jaar, werd na de les opgehaald door zijn moeder. Hij trok zijn stoere zwartleren jack aan terwijl buiten de nazomer volop bloeide.

‘Stoere jas, man. Ga je op de motor naar huis?’ grapte ik zoals gitaarleraren quasi- grappig kunnen grappen.

‘Nee, mijn vader heeft een motor, maar daar rijdt hij niet meer op. Hij is te oud denk ik. Mijn vader is heel oud, de oudste van de klas, 55.’

‘Sssst Joep, dat moet je niet zeggen joh, dat weet niemand,’ zei zijn moeder, licht beschaamd terwijl ze zich ongetwijfeld bewust was dat ze zich nergens voor hoefde te schamen. Ik bedoel: ik ken oudere vaders, 55 is betrekkelijk jong voor een vader met een zoon van 9, zeker in ’t Gooi.

‘Denk je dat het leuk is?’ vervolgde Joep, ‘iedereen heeft een jongere vader, die van mij is grijs en kaal.’

‘Nou, jongetje, het is mooi geweest. We gaan,’ zei de moeder.

Ze vergaten de deur dicht te doen, altijd hetzelfde liedje.

Een les later kwam Jelle (8) binnen met een mevrouw die ik als zijn moeder meende te herkennen.

‘Leuk dat je je moeder hebt meegenomen, komt ze even luisteren?’ zei ik, mezelf verwensend dat ik elke keer maar weer wat moet zeggen. We leven in een praatcultuur, zolang er gepraat wordt communiceren we, maken we contact, bestaan we.

‘Was het maar waar,’ piepte het jong, ‘het is mijn invaloppas’.

Ik keek naar de deur. Terwijl ik werd bevangen door schaamte – een vaag gevoel van ongemakkelijkheid – deed de invaloppas gewoon, normaal, alsof ze het niet had gehoord. Ze knikte me vriendelijk toe. Professioneel.

‘Hoe laat was het ook al weer, half zes?’ vroeg de invaloppas.

‘En geen seconde later,’ flapte ik er net iets te hard uit.

Wat een dag.

Het zal mijn haar zijn, mijn haar is te lang.

Een half uur later stormde Joost (11) binnen. Als een dizzy devil raasde hij door het muzieklokaal, stoelen omver maaiend met zijn veel te grote en dure Fender Stratocaster U.S.A. Volgens mij is hij zoals ik vroeger was. Maar misschien is dat projectie: wil ik graag dat ik zo was.

‘Jezus wat is je haar lang,’ was het eerste wat ik van hem verstond toen hij na vijf minuten eindelijk op zijn stoel tegenover me kwam zitten.

‘Echt, wat bedoel je?’ vroeg ik, onzeker.

‘Gewoon, er is iets, volgens mij moet je naar de kapper. Lang kan wel maar dit is eeeeeeeeeeeeecht v v v v veeeeeet  te lang.’

Chinese ouders vieren de eerste leugen van hun kind. Dat wij over vijftig jaar allemaal Chinees tikken staat inmiddels vast. De sinoïsering kan best voordelig uitpakken – we leren masseren, kalligraferen en gele hond verteren – maar de leugenachtige gewoonte om leugens te gaan zitten vieren moeten we beslist niet overnemen.

De eerlijkheid van kinderen bevat soms net die schaamteloze precisie die volwassenen jammerlijk in leugens smoren.

Toen Berlusconi (die vandaag 75 is geworden) onlangs stelde dat Merkel een onneukbare reet heeft, gedroeg hij zich als een kind. Hoewel de meeste Italianen zich terecht kapot schaamden, ontblootte Berlusconi’s eerlijkheid de kern van de Europese crisis: machismo.

* Om privacy-redenen zijn de namen van de leerlingen gefingeerd.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *