John Mayer (2): het licht

Gisteravond is het er eindelijk van gekomen. Zanger en gitarist John Mayer speelde in een uitverkochte Heineken Music Hall. Eens te meer verlichtte deze ster het gapende, donkere gat dat Jimi Hendrix en Stevie Ray Vaughan met hun gitaargeweld in de kosmos achterlieten. Mayers’ zang was perfect: beheerst en exaltisch tegelijk. Zijn solo’s kermden van pijn en genot.

Maar liefst drie keer doet John Mayer tijdens zijn Europa-tour Nederland aan. Mayers ster is rijzende, zeker in Europa. In Amerika is hij allang een gevestigde nieuwkomer. Honkbalstadions stromen vol voor zowel zijn popsongs als de moddervette blues en Hendrix-rock die hij met zijn John Mayer Trio (met Steve Jordan en Pino Palladino) nieuw leven inblaast. Nu pas, na negen jaar toeren, voelt John zich een beetje thuis in Europa, zo liet hij gisteravond het Nederlands publiek weten.

Het concert begon relaxed. Geen macho of rocksterrenopkomst waarbij de band al klaar staat en de ster onder flikkerende spots zich naar zijn microfoon begeeft. Mayer stemde, checkte zijn versterkers, rommelde wat aan oortje en gitaarband, groette zijn bandleden en zette halflachend het eerste liedje in. Heartbreak Warfare van zijn nieuwe album Battle studies (november 2009) werd met luid gejuich ontvangen.

Mayer kan inmiddels bogen op een aardige reeks albums, die variëren van akoestische rock (Room For Squares (2001) tot vette blues (Try! (2005)). Op zijn derde studio-album en grote doorbraak Continuüm (2006) komen deze stijlen samen in songs als Belief en I’m Gonna Find Another You. Dus wat zou hij gaan doen? Lekker bluesen of toch vooral hits spelen? Met een uitgebalanceerd programma, koos Mayer voor een veilige middenweg. Hij speelde wat vertrouwde hits (Why Georgia, Free Fallin’), deed hier en daar een extra lange solo voor de kwijlende gitaristen in het publiek en promootte zijn nieuwe album. De overbekende popsongs klonken helder en fris. Speciaal voor deze tour werd ‘Waiting On The World To Change’   in een fleurig reggae-jasje gestoken. Geen verbetering, wel verrasend.

Maar het heftiger bluesrockwerk bleef achterwege. Behalve vanwege commerciële redenen – het grote publiek hoort het liefst de pakkende pophits – had dit vast te maken met de line-up van zijn band. Niet Pino Palladino (van zijn live-album Try) maar Sean Hurley deed de bas. Dat maakt nogal een verschil. Waar Pino Palladino een waardige tegenhanger van Mayer is in creativiteit en energie, speelde deze bassist vooral zijn partijtje. Ook toetsenist Charlie Wilson, die een totaal onbezielde en ongedurfde solo weggaf stelde flink teleur. Alleen groovemachine Steve Jordan en de uiterst smaakvolle en bescheiden (slide)gitarist Robbie McIntosh konden Mayers niveau aan.

Baggy trousers

Weg met die houterige pielsolootjes van de Franz Ferdinands en Arctic Monkeys. Eindelijk weer een popartiest die zijn vocalen én gitaren beheerst, daarbij de bluesklassieken citeert en deze tracht te perfectioneren. In het bluesy soulnummer Gravity werd er lustig geïmproviseerd; Mayer speelde en zong geen twee noten hetzelfde. Door deze aanpak laat hij soms wel wat steekjes laat vallen. Zijn solo in Belief, doorgaans één van de hoogtepunten tijdens concerten, bleef steken in wat ongeïnspireerde cliché’s. Toch pik je dit omdat je ziet en hoort dat Mayer zich vervolgens probeert te revancheren. Juist deze puurheid getuigt van zijn ontzagwekkende muzikale vakmanschap.

Want zowel qua zanger als qua gitarist nadert Mayer een enge hoogte. Zijn hese zingen (veel valse lucht) combineert hij met bluesy uithalen op zijn borsstem. Veel kracht, veel lucht, veel berekende passie. Perfect getimed. Dat bleek ook weer in een nieuw rapachtig nummer: zwarter en cooler kan je het haast niet doen. Want cool is hij. Lang ook. Ogenschijnlijk ongeïnteresseerd in mode leek het of Mayer in zijn ‘baggy trousers’ een heel concert lang lekker een potje heeft staan jammen. Maar in dat jammen schuilt ook het gevaar van eentonigheid en een verlies aan scherpte. Het slotstuk Friends Lovers Or Nothing eindigde dan ook in een haast eindeloze reprise, dat hoorbaar leed onder een te hoog Let It Be-gehalte.

Hoewel Mayers genialiteit onomwonden vaststaat zou hij op deze momenten scherpere keuzes kunnen maken. Datzelfde geldt voor de keuze van zijn bandleden. Mayer verdient een Kenny Kirkland of een Jason Rebello (Chaka Khan, Sting) als toetsenist. Al met al mocht het geheel grilliger, expressiever en toch wel wat bluesy-er. De optredens van Jimi Hendrix bestonden niet zelden uit één grote jam, zonder dat deze ook maar één seconde verveelde.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *